Zonder gebruik te maken van de wereldleidende “NEN” test van lichttransmissie, missen telers meer licht en zeggen ze nee tegen hogere inkomsten, zegt Svensson klimaat consultant, Hugo Plaisier.
Sinds de introductie van NEN 2675+C1 in november 2018 kunnen telers, kassenbouwers, installateurs en consultants de prestaties van kasbedekking en schermmaterialen op een veel passender manier vergelijken.
Toch doen ze dat vaak niet, zegt Hugo Plaisier.
“Er wordt veel geld geïnvesteerd in het aanschaffen van het meest doorzichtige kasdak,” zegt hij, "maar als het gaat om de lichttransmissie van hun kas energieschermen, worden de vragen vaak niet gesteld.”
Plaisier zegt dat het nog steeds iets is dat hij moeilijk te geloven vindt. Het heeft hem een man met een missie gemaakt — om de standaard ontwikkeld bij het Nederlandse NEN normeninstituut te delen, met de hulp van wetenschappelijke onderzoekers van de Wageningen Universiteit.
De introductie van de NEN 2675+C1 standaard betekent dat schermen met elkaar kunnen worden vergeleken op een gelijkwaardige basis. De betrokken tests vergelijken hun vermogen om licht dat op het kasdak schijnt vanuit verschillende hoeken te nemen en dit licht te verspreiden naar het gewas eronder.
“We zijn hier erg blij mee, want voor Svensson biedt het objectieve prestatiecijfers,” zegt Plaisier. "We publiceren de testresultaten van Svensson schermdoeken op onze website en nemen het op in ander documentatiemateriaal.”
Toen de nieuwe NEN standaard werd geïntroduceerd, geeft hij toe dat hij hoopte dat alle fabrikanten met het publiek zouden delen hoe hun schermen scoorden: “In plaats daarvan publiceren ze vaak resultaten volgens hun eigen testmethodologieën,” frons hij. “Maar als ik een elektrische auto koop, zoek ik naar een officieel bereiknummer, niet naar de cijfers van elke fabrikant. Dat zou zijn als appels met peren vergelijken,” zegt hij.
Een teststandaard speciaal voor de tuinbouw
Plaisier zegt dat het